Rasinfo

Rasstandaard

Cisara's Gian

Cisara’s Gian, vader van ons S-nest:     Du Belle Bijou- Superieur, Souplesse en Saboteur

FCI-standaard no. 345

Land van oorsprong: Engeland

Land van ontwikkeling: Australië

Publicatiedatum van de originele geldige standaard: 25-10-2000

Gebruikskenmerken: 
Een goed werkende terriër met het vermogen om onder de grond te gaan.
Een uitmuntende gezelschapshond.

Klassificatie FCI:
Groep 3: Terriërs
Sectie 2: Kleine Terriërs
Met werkproef

BEKNOPTE GESCHIEDENIS:
De Jack Russell Terriër vindt zijn oorsprong in het Engeland van de 19e eeuw. Dankzij de inspanningen van dominee John Russell. Hij ontwikkelde een stam Foxterriërs, die paste bij zijn behoefte aan een hond die met Foxhounds mee kon lopen en die onder de grond kon gaan om de vos en ander schadelijk wilt te “laten springen” uit zijn hol. Er ontstonden twee variëteiten met fundamenteel gelijkvormige standaarden, behalve in verschillen, voornamelijk in hoogte en verhoudingen. De grotere, vierkantere hond is bekend als de Parson Russell Terriër en de kleinere, iets langer gebouwde hond is is bekend als de Jack Russell Terriër.

ALGEMEEN VOORKOMEN:
Een sterke, actieve, lenige, werkende terriër met een geweldig karakter en een flexibel lichaam van gemiddelde lengte. Zijn vlugge bewegingen passen bij zijn levendige uitdrukking. De staart kan, naar keuze, al dan niet gecoupeerd worden en de vacht mag gladharig, ruwharig of “broken” zijn.

BELANGRIJKE LICHAAMSVERHOUDINGEN:
De gehele hond is langer dan hoog, d.w.z. rechthoekig.
De lichaamsdiepte van schoft tot onderzijde van de borstkast behoort gelijk te zijn aan de beenlengte van elleboog tot de grond.
De omvang van het lichaam achter de ellebogen behoort ongeveer 40-43 cm te zijn.

GEDRAG/TEMPERAMENT:
Een levendige, alerte en actieve terriër met een levendige, intelligente uitdrukking. Moedig en onbevreesd, vriendelijk maar zelfverzekerd.

HOOFD:
SCHEDELGEDEELTE
Schedel:
De schedel behoort vlak te zijn en van een gemiddelde breedte, die geleidelijk smaller wordt naar de ogen en toeloopt in een brede voorsnuit.
Stop:
Duidelijk gedefinieerde stop, die niet te uitgesproken mag zijn.
AANGEZICHTSGEDEELTE:
Neus: zwart
Voorsnuit:
De lengte van de stop tot de neus behoort iets korter te zijn, dan de lengte van de stop tot de achterhoofdsknobbel.
Lippen: Goed aansluitend en zwart gepigmenteerd
Kaken en gebit:
Zeer sterk, diep, breed en krachtig. Sterke tanden, die sluiten in een schaargebit.
Wangen:
De wangspieren behoren goed ontwikkeld te zijn.
Ogen:
Klein, donker en met een levendige uitdrukking. Mogen niet bol zijn en de oogleden moeten goed aangesloten zij. De oogleden moeten zwart gepigmenteerd zijn.
Amandelvormig.
Oren:
Knopoor of hangend hoor, van goede structuur en grote beweeglijkheid.

HALS: 
Sterk en droog, geschikt om het hoofd in balans te dragen.

LICHAAM: 
Rug:
Recht. De lengte van schoft tot staartaanzet moet iets groter zijn dan de hoogte van schoft tot de grond.
Lendenen:
De lendenen behoren kort, sterk en goed gespierd te zijn.
Borst:
De borst is eerder diep dan breed, met voldoende afstand tot de grond, zodat de onderzijde van de borstkas zich halverwege de grond en de schoft bevindt. Vanuit de ruggengraat behoren de ribben goed gewelfd te zijn, waarna ze vlakker worden naar de zijden toe, zodat de omvang achter de ellebogen te spannen is met twee handen (span ongeveer 40-43 cm).
Punt van het borstbeen duidelijk voor de schouderpunt.

STAART:
Mag hangen in rust. In beweging moet de staart omhoog gedragen worden en wanneer gecoupeerd, behoort de staartpunt op dezelfde hoogte gedragen te worden als de oren.

LEDEMATEN:
VOORHAND
Schouders:
Goed schuin naar achter liggend en niet zwaar beladen met spieren.
Voorbenen:
Recht van bot van de elleboog tot de tenen, zowel van voren als opzij bezien.
Opperarm:
Van voldoende lengte en met voldoende boeking, zodat de ellebogen onder het lichaam kunnen staan.

ACHTERHAND: 
Algemene verschijning:
Sterk en gespierd, in balans met de schouderpartij.
Knieën: Goed gehoekt
Achterbenen (Middenvoet):
Parallel, bezien van achteren in vrije stand.
Hakken: laag geplaatst
Voeten:
Rond, hard, stevige voetzolen, net groot, tenen matig gewelfd, niet in- of uitdraaiend.

GANGWERK/BEWEGING:
Vrij, zuiver en veerkrachtig

VACHT:
Beharing: 
Mag glad, “broken” of ruw zijn. Moet weersbestendig zijn. Vachten mogen niet veranderd worden (door trimmen) o glad of “broken” te lijken. 
Kleur: 
Wit MOET overheersen met zwarte en/of tankleurige aftekeningen. De tankleurige aftekeningen kunnen van de lichtste tot de warmste taankleur (kastanje) zijn.

MAAT EN GEWICHT:
Ideale hoogte: 25 cm tot 30 cm
Gewicht:
Dusdanig dat 1 kg gewicht met 5 cm hoogte overeenkomt. Dat houdt in dat een hond van 25 cm hoogte ongeveer 5 kg behoort te wegen en een hond van 30 cm hoogte 6 kg behoort te wegen.

FOUTEN:
Elke afwijking van de voorafgaande punten moet aangemerkt worden als een fout en de ernst waarmee de fout aangemerkt moet worden, moet in juiste verhouding staan tot de mate waarin hij voorkomt en het effect van deze fout op de gezondheid en het welzijn van de hond en zijn vermogen zijn oorspronkelijke werk te verrichten. De volgende afwijkingen echter behoren in het bijzonder bestraft te worden:

– Gebrek aan de juiste terriërkenmerken
– Gebrek aan balans, d.w.z. overdrijving van welk punt dan ook
– Trage en ongezonde gangen
– Fout gebit

DISKWALIFICERENDE FOUTEN: 

– Agressieve of overdreven schuwe honden
– Elke hond, die duidelijk lichamelijke afwijkingen of gedragsafwijkingen vertoont

NB:
Mannelijke dieren behoren twee, duidelijk normale testikels te hebben, die volledig zijn ingedaald in de balzak.